Zeven jaar was hij de voorzitter van handbalvereniging ODIS. Rob Varekamp geeft de voorzittershamer door aan een opvolger die later bekend gemaakt wordt. Een mooi moment om met Rob terug te kijken op zijn bestuursperiode. “Ik had helemaal geen verstand van handbal.”
Handbal vader
“We zitten natuurlijk op het mooiste plekje van De Lier,” laat Rob zich ontvallen als hij over de ODIS-accommodatie praat. Een stukje verderop aan diezelfde Veilingweg, waar Rob al sinds 1980 tomaten kweekt, ontvangt de bescheiden voorzitter ons thuis. “Ik ben slechts één van de radertjes in het grote rad, zeker niet de wijzer,” omschrijft Rob zijn termijn als ODIS-voorzitter.
“Ik had helemaal geen verstand van handbal”
“Mijn oudste dochter Vera speelde bij ODIS, dus ik was ‘gewoon’ een handbal vader in de periode dat de voorzitter positie vacant was na het vertrek van Maurice van Lier in 2017. “Ik had helemaal geen verstand van handbal, maar dat hoeft ook niet per se. Toen ik aangaf dat ik wel ‘iets’ wilde doen bij de club, werd ik voorzitter,” analyseert Rob als zijn entree droogjes.
Goed gevoel
Zijn dochter stopte drie jaar geleden al met handballen, dat was echter geen reden voor Rob om ook direct de voorzittershamer neer te leggen. “Destijds was het nog te vroeg. Nu heb ik het idee dat alles goed staat, de posities zijn ingevuld met goede enthousiaste mensen. Ik laat het nu met een goed gevoel achter. Dat is trouwens zeker niet mij́n werk hoor, we hebben het echt als een team gedaan.”
Eén van de voorbeelden die Rob specifiek noemt, zijn de stappen op technisch vlak gezet zijn. “In de Technische Commissie (TC) zitten nu enthousiaste dames die zelf gehandbald hebben en daarom technische kennis meebrengen. Die maken speltechnische beslissingen voor een bestuur makkelijker.”
Incasseren
Het feit dat het vijfkoppige bestuur volledig is ingericht en de TC en activiteitencommissie goed gevuld zijn, was voor Rob het signaal om af te zwaaien.”Ik heb het zeven jaar gedaan, dan is het voor een vereniging ook goed dat er vers bloed komt. Je moet voorkomen dat het op de automatische piloot gaat. Iemand anders kan dan weer nieuwe impulsen geven.”
“Sommige mensen zijn nog boos op me”
Hoewel de meeste gebeurtenissen in de vereniging energie gaven, waren er ook hoofdbrekens, bekent Rob. “Vooral op het menselijke vlak. Op het werk ben ik eindverantwoordelijk, maar dat is anders. In een vereniging moet je met elkaar de middenweg vinden. Dat vindt niet iedereen leuk. Sommige mensen zijn nog boos op me over een bepaalde beslissing, daar leer je ook van incasseren. Dat is een belangrijke eigenschap.”
Toekomst
Het ledenaantal van ODIS ligt tegenwoordig rond de 140 en dat is al jaren stabiel. “Eigenlijk moet daar wel wat groei in komen. Zeker gezien het feit dat het dorp ook groeit. En jongens erbij, gek genoeg is handbal toch met name voor meiden een aantrekkelijke sport. Tot elf jaar mogen jongens en meiden gemengd spelen. Het zou mooi zijn als er op termijn daarom ook wat jongens bij komen en kunnen blijven hangen.”
En nu? “Ik ga wat vaker fietsen met Anja denk ik,” wijst Rob naar z’n vrouw. “Ik vind zoveel dingen leuk, er komt vast wel weer iets op m’n pad. Het blijft ook leuk om dingen voor de Lierse gemeenschap te blijven doen, we moeten dat met elkaar levendig houden. Dat geeft je energie naast je werk, op een andere manier die minstens zo belangrijk is.”






