Voor de meeste mensen is het Oranje Comité (OC) zichtbaar rond Koningsdag en in de feestweek. Voor onze bestuursleden, allemaal vrijwilligers, is het echter een jaarrond activiteit. De regeldruk neemt toe, daar hebben alle verenigingen mee te maken. Een behulpzame houding vanuit de gemeente zou daarbij helpen. Het tegenovergestelde is echter waar. Afgelopen feestweek kregen wel zelfs een dwangsom vanuit de gemeente.
Na afloop van de feesten moeten 6500 mensen via de Hoofdstraat naar huis. Uit ervaring weten we dat deze stroom bezoekers zich soepeler en veiliger verspreidt wanneer de bar open is tot sluitingstijd, terwijl de bar wettelijk gezien 15 minuten eerder dicht moet. In De Lier werkt deze aanpak al jaren goed. Het Wilhelmus is traditioneel het laatste nummer en het signaal om naar huis te gaan. De politie steunt deze methode en in een gesprek in juni gaf de gemeente eveneens aan dat hier geen problemen over zouden ontstaan.
Dwangsom
Op woensdag kregen we echter een dwangsom van € 10.000,- vanwege het te laat sluiten van de bar op dinsdag. Bij elke nieuwe overtreding zou een nieuwe dwangsom van hetzelfde bedrag volgen. Daardoor heeft het OC besloten de rest van de week de wens van de gemeente te volgen. Het leidde tot een run op de bars waardoor niet iedereen geholpen kon worden, boze gezichten, veel onrust en bovendien geen snellere leegloop. Normaal zit iedereen binnen 50 minuten op de fiets naar huis, dat was nu anders.
“Het is buitenproportioneel.”
Als bestuur gaan wij om met geld dat we vanuit de gemeenschap krijgen. Gelukkig kunnen we rekenen op een groot aantal sponsors. Maar als je dergelijke dwangsommen op je afkrijgt, gaat het natuurlijk hard. Het is buitenproportioneel. Voor ernstige misdrijven krijg je minder.
Regeltjes
We organiseren al dertig jaar een succesvolle feestweek die ondanks de grotere toeloop elk jaar veilig verloopt. De samenwerking tussen het OC en de veiligheidsdiensten is goed, met elkaar hebben we dat continu verbeterd. In De Lier hebben we altijd vooropgelopen op gebied van veiligheid. We waren de eerste met security, veiligheid camera’s, het omhekken van feestterreinen en creëren van zogenaamde veiligheidsbarrières. Het is logischer dat de ambtenarij af zou gaan op de ervaringen van mensen die bij zo’n feest betrokken zijn, in plaats van zelf regeltjes voorschrijven van achter een bureau.
Het Westland is groot geworden door samenwerking. Een hecht verenigingsleven heeft gezorgd voor een hoge mate van saamhorigheid. Het brengt mensen samen. Het zou één van de kroonjuwelen moeten zijn die de gemeente met hand en tand zou moeten verdedigen. Die gedachte lijkt nog niet helemaal doorgedrongen tot de gemeentelijke burelen. De manier waarop ze daar met vrijwilligers omgaan, is van een bedenkelijk niveau. Je kunt stellen dat vrijwilligers helemaal niet serieus genomen worden.
Helpende hand
2026 wordt een belangrijk jaar voor het verenigingsleven. De WBTR-regels gaan veranderen. Dat betekent dat verenigingen hun statuten moeten wijzigen om bestuurlijke aansprakelijkheid te regelen. Binnen het OC hebben we dat uitbesteed aan specialisten. Alle verenigingen krijgen hiermee te maken, het zorgt voor een nieuwe belasting voor vrijwilligers die toch al steeds lastiger te vinden zijn.
“Dat hoeft niet zo moeilijk te zijn”
Hier ligt een kans voor de gemeente: het moet verenigingen de helpende hand bieden om verenigingen door het woud van regelgeving heen te loodsen. Dat hoeft niet zo moeilijk te zijn. Gewoon de telefoon opnemen en luisteren naar wat er speelt bij vrijwilligers zou al een begin zijn. Die houding is nodig om de donkere wolken boven het verenigingsleven op te laten klaren.




