In de hoogtijdagen van de Lierse zeskamp verzamelden zich ruim duizend Lierenaren op het complex van ODIS. Van begin jaren tachtig tot 2014 was ODIS dé hotspot voor Koninginnedag in De Lier. In deze flashback blikken we terug met de mannen die jarenlang aan de basis stonden van dit spraakmakende evenement.
Zeskamp
De oorsprong van de zeskamp ligt in december 1981, toen de sporthal werd geopend. Tegenwoordig kennen we deze als de Vreeloohal, maar destijds werd hij geopend als de Vreeburchhal. Jan Kouwenhoven stond aan de wieg van het concept dat de blauwdruk zou vormen voor een traditie van vele jaren. “Zes verschillende spellen, gespeeld door zes verschillende teams die bestonden uit afgevaardigden van de verenigingen die de hal gingen gebruiken,” vat Jan samen. “ODIS, SV De Lier, Pluimbal, Valto, KIOTI en Vollier.”
De spellen waren voor iedereen onbekend en niet gekoppeld aan hun eigen sportdiscipline. “Dat werkte goed,” vertelt Jan. “Want een skippybalrace of langlaufwedstrijd draait om samenwerken.” De formule sloeg meteen aan. Jan, destijds bestuurslid bij ODIS, verzamelde een groep om het spektakel jaarlijks te organiseren op de accommodatie aan de Veilingweg. “Koninginnedag was ideaal: iedereen was vrij, en er waren nog geen andere activiteiten in het dorp of in een tent.”
Zeephelling
De schuur van Jan’s chrysantenbedrijf werd dé plek waar de spellen maandenlang werden voorbereid. Vooral René Tanke speelde daarin een grote rol. Hij maakte materialen die soms twintig jaar later nog werden gebruikt. Het geraamte van de beroemde zeephelling is daarvan een voorbeeld.
Archiefbeeld uit 1990: het veldje waar nu parkeerplaatsen zijn werd gebruikt voor de spellen.
“Die stellage bouwden we op de plek waar nu de parkeerplaatsen naast het gebouw van de duivenvereniging liggen,” schetst Jan. “De zeephellingrace was altijd een hilarisch slotstuk. De groene zeep van Piet Aarts was daarbij onmisbaar.”
Eind jaren negentig droeg Jan het stokje over. Een nieuwe generatie kwam aan het roer. Niek Olsthoorn, in die jaren nauw betrokken bij de vereniging, werd voorzitter van de organisatiegroep. “Mijn vrouw zat in het bestuur en mijn dochters handbalden. Zo rolde ik erin,” vertelt Niek. “Met een club van vijf begonnen we vanaf januari te vergaderen. Met technische mensen, barvrijwilligers… overal liepen lijntjes. Mooi om te zien.”
Hokken
Rond de eeuwwisseling was het concept toe aan vernieuwing. “In 2001 kwam Joke Kokshoorn met een nieuwe naam: Het Spetterend Spelspektakel,” vertelt Niek. Het deelnemersveld veranderde mee. Niet alleen sportverenigingen deden nog mee; ook de carnaval liet zich gelden. Later sloten buurtverenigingen zoals Zwethzicht, Noorderlier en Zeehelden aan. Vanaf 2002 werden ook de hokken benaderd als deelnemers, en dat bleek een gouden greep. De hoogtijdagen braken aan.
“Dat werkte geweldig.”
“We besloten het zesde spel te vervangen door een act,” zegt Niek over een van de meest opvallende wijzigingen. “Het was echt fenomenaal om te zien hoe creatief dat werd ingevuld. Er werden kostuums gehuurd, speciale liedjes gemixt en complete acts opgevoerd. Er ontstond gezonde rivaliteit tussen de hokken om elkaar te overtreffen. Dat werkte geweldig.”
Uit de archieven blijkt dat vaste deelnemers een plekje in de geschiedenis van het evenement hebben gekregen, waaronder: Wees, Harry’s Tuincentrum, Ben en Ed fan, Ut Front (UF), Ut Lopend Hok (ULH) en Her en Der.
Spelletjesmiddag
De acts bleken een ware publiekstrekker. “De hokken brachten hun supporters mee: familie, vrienden en andere bekenden. Op een mooie Koninginnedag hadden we soms meer dan duizend man op ons veldje staan.”
“Op een of andere manier hoefden we nooit een officiële vergunning aan te vragen,”
De sfeer was altijd gemoedelijk, zonder wanklanken. “Op een of andere manier hoefden we nooit een officiële vergunning aan te vragen,” lacht Niek. “We meldden gewoon dat we een ‘spelletjesmiddag’ hielden. En eerlijk is eerlijk: dat was het natuurlijk ook.”
Uit de fotoalbums blijkt dat 2014 het laatste jaar was waarin het spektakel werd georganiseerd. “Ik had het toen lang gedaan, mijn dochters handbalden niet meer, dus voor mij was het mooi geweest,” blikt Niek terug. “Daarnaast werd het lastiger om jongeren enthousiast te krijgen. Amsterdam werd een populaire bestemming op Koninginnedag. Dan moet je niet blijven vasthouden aan iets dat geweest is. Het is gewoon mooi om op terug te kijken.”







