Het is een internationaal fenomeen dat ook in Nederland snel aan populariteit wint: het Repair Café. Sinds oktober heeft De Lier ook zo’n café. Wij gingen een kijkje nemen en spraken de initiatiefnemers over de gedachte achter deze opzet.
Het idee van een Repair Café is even simpel als doeltreffend. Op een publiek toegankelijke plek zitten deskundige vrijwilligers met gereedschap klaar voor bezoekers die kapotte spullen van thuis komen brengen. De monteurs proberen de spullen te repareren terwijl de eigenaar meekijkt. Spullen die gemaakt kunnen worden krijgen zo een duurzamer leven, mensen kunnen van elkaar leren zo ontstaat er meer waardering voor spullen en technische kennis. Een feitelijke tegenhanger van de ‘bestelmaatschappij’ waaraan we zo gewend zijn geraakt.
Gastvrijheid
Het Lierse Repair Café wordt elke eerste zaterdag van de maand georganiseerd bij Habbekrats, de kringloopwinkel aan de Lierweg. Een plek die sowieso laagdrempelig is en bekend staat om het feit dat spullen een tweede leven krijgen. Habbekrats zorgt voor de gastvrijheid en de koffie en faciliteert de open inloop bijeenkomsten.
In november, december en januari is het Repair Café tijdelijk te vinden in Lierweg 24D. Dat is de achterkant van de voormalige winkel van Bellservice. In die periode is het traditioneel druk bij Habbekrats, vandaar dat het Repair Café tijdelijk naar de overkant verhuist.
De organisatie ligt in handen van Hetty van Nieuwkerk en Thelma Jansen die namens de Groene Kerk dit initiatief op poten hebben gezet.
“Wij staan liever op de achtergrond hoor,” zeggen de dames als we ze vragen of we een foto van het duo mogen maken. “De Groene Kerk is een landelijk initiatief dat zich inzet voor een duurzamere omgeving voor kerk en dorp. De Protestantse Gemeente De Lier heeft zich hierbij aangesloten. Het is vanuit praktisch oogpunt handig zo’n organisatie achter je te hebben, bijvoorbeeld voor de verzekering van de vrijwilligers. Maar we willen graag benadrukken dat iedereen hier welkom is, we willen graag dat het Repair Café zo breed mogelijk omarmd wordt.”
Spijker op z’n kop
Qua organisatie is dat in ieder geval gelukt merken we als we de coördinator van de vrijwilligers ontmoetten. Dat is Devon Kornaat, 29 jaar jong en niet alleen hobbymatig altijd met z’n handen bezig, als chef werkplaats bij een technisch bedrijf dagelijks bezig met techniek. “Rondom de uitvaart van mijn opa kwam ik in aanraking met de kerk, toen hoorde ik van dit initiatief. Ik vind het gewoon zonde spullen weg te gooien en vind het leuk weer van elkaar te leren. Als je er dan ook nog mensen mee blij maakt, is mooi toch?” slaat hij de spijker figuurlijk op z’n kop.
“Op die manier houden we mensen enthousiast en betrokken”
De groep vrijwilligers bestaat uit zo’n tien man. “Een mooie start,” vindt Thelma. “De tijd zal uitwijzen met hoeveel vrijwilligers er elke maand nodig zijn. Het moet vooral ook geen verplichting zijn. Op die manier houden we mensen enthousiast en betrokken,” klinkt het realistisch. Vrijwilligers kunnen zich blijven aanmelden. “Het zou mooi zijn als we er nog iemand bij krijgen die bijvoorbeeld handig is met een naaimachine. Voor uitdagingen qua textiel staan we nu dus nog niet gesteld, maar dat zou een aanvulling zijn.”
De apparaten die nu zoal gerepareerd worden zijn bijvoorbeeld scheerapparaten, slijpschijven, fietspompen, fohns, speelgoed of koptelefoons. “Een stofzuiger is eigenlijk de maximale grootte. Of een stoel die wiebelt of waarvan de poot kapot is.”
Spaarvarken
Daarbij stipt Thelma nog een belangrijk aspect van het Repair Café aan. “Het is de bedoeling dat de spullen die hier gebracht worden een klein mankement hebben die binnen een half uur te verhelpen zijn. We willen absoluut geen concurrent zijn van het naaiatelier of bijvoorbeeld Bell Service. Maar het openmaken en van binnenuit schoonmaken van een apparaat kan soms al een oplossing bieden en bezoekers weer opgelucht huiswaarts te laten keren.”
“We houden alles bij, zodat we een gevoel krijgen bij hoeveel apparaten er écht te repareren zijn.”
Alle reparaties zijn gratis. Bezoekers mogen een donatie in het spaarvarken doen, maar dat staat iedereen vrij. “We kunnen heus niet alles maken,” zegt Devon terwijl hij een schuurmachine aanneemt, “maar dan hebben we het in ieder geval geprobeerd. We houden alles bij, zodat we een gevoel krijgen bij hoeveel apparaten er écht te repareren zijn. In de loop van de tijd krijgen we dan een beter beeld hoeveel duurzamer alles kan zijn.” Getuige de drukte en het enthousiasme is dit fenomeen sociaal sowieso een aanwinst voor De Lier.





