Sinds 1642 staat het pand er al. Ooit begonnen als werkplaats van een timmerman, tegenwoordig bekend als Museum De Timmerwerf. Geen pand in De Lier heeft zo’n rijke schat aan verhalen. Stichting De Timmerwerf beheert het pand en draait sinds 2000 succesvol zonder enige subsidie. Gerda Gunneweg vertelt hoe dat kan.
Alsof je een tijdmachine inloopt, zo voelt de entree van museum De Timmerwerf. De inrichting voelt nog aan als pak ‘m beet 19e-eeuws. In de woonkamer treffen we Gerda Gunneweg, verantwoordelijk voor de PR van het museum. Toevallig is ze net begonnen met het tellen van wat kleingeld. “Dit zijn de fooien van afgelopen weekend,” glimlacht ze. “Daar moeten we het niet van hebben hoor. Maar alles is welkom, want het is best bijzonder dat we als museum draaien zonder subsidie.”
Historisch karakter
Voor het antwoord op de vraag hoe dat precies zit, gaat het verhaal zo’n dertig jaar terug naar begin jaren negentig. In de Hoofdstraat werden destijds een aantal oude panden gesloopt om nieuwbouw te realiseren. “Een groep initiatiefnemers verenigde zich om te voorkomen dat de eeuwenoude timmerzaak hetzelfde lot beschoren zou zijn. Een timmerzaak waar vanaf 1642 onafgebroken ambachtelijk werk verricht is, is te waardevol voor het historische karakter van het dorp.”

Als Kees Koene in 1995 stopt met zijn werkzaamheden als timmerman, komt een einde aan ruim 350 jaar vakmanschap in hartje De Lier. Het toenmalige Lierse gemeentebestuur kocht in 1996 het pand en het bijbehorende erf van de familie Koene. Vervolgens stelde de gemeente Stichting De Timmerwerf in staat om het complete opstalrecht te kopen voor het symbolische bedrag van één gulden. Op uitdrukkelijke voorwaarde dat de stichting zelf restauratie en exploitatie moest regelen, zonder subsidie vanuit de gemeente.
Restauratie
Vrijwilligers van de stichting hebben vervolgens bij het Lierse bedrijfsleven een enorm bedrag aan sponsorgeld opgehaald om de restauratie mogelijk te maken. Aangevuld met bijdragen vanuit bekende nationale fondsen startte in 1998 de restauratie van het pand, dat inmiddels het predicaat ‘Rijksmonument’ gekregen heeft. Als in 2000 het museum geopend wordt, is duidelijk dat het ingericht is zoals een Liers huis er in de 19e eeuw uitzag. De werkplaats aan de voorzijde ziet er uit alsof de timmerman zo weer terug komt.
“Dat is de kurk waar we op drijven”
Drie keer per jaar worden er wisselexposities georganiseerd. “In de zomer sowieso altijd de Lierse Amateur Kunstenaars (LAK), daarnaast vaak iets gerelateerd aan een ambacht en een onderwerp dat de geschiedenis van De Lier raakt,” schetst Gerda het idee. Met entreegelden van € 3,- per persoon is het lastig een museum draaiende te houden, daarom is de voormalige houtschuur van De Timmerwerf tijdens de restauratie omgetoverd tot theeschenkerij ‘De Bongaard’. De uitbaters huren van Stichting De Timmerwerf. “Dat is de kurk waar we op drijven.”
Vrijwilligers
Aan de andere kant zorgen de vrijwilligers die aan het museum verbonden zijn dat de uitgaven zo laag mogelijk blijven. “Het klusteam dat hier iedere vrijdagochtend is, verzet ongelofelijk veel werk,” zegt Gerda. “Ze doen klein onderhoud, maar helpen ook bij de inrichting van tentoonstellingen.” De klank- en lichtshow die permanent draait op de voorzolder is daar een voorbeeld van. “Door veel slimme ingrepen vanuit het klusteam is zulke techniek aan te schaffen.”
Rond de schoolvakanties worden er timmer-uurtjes voor de Lierse basisschoolleerlingen georganiseerd. Een leuke manier om de jeugd een stukje lokale geschiedenis mee te geven én kennis te leren maken met het ambacht. Zo wordt het pand elke dag een beetje rijker aan verhalen.






