Het Oranje Comité kijkt terug op een geslaagde week met activiteiten rondom Koningsdag. Elke keer een goed gevulde tent en jong en oud heeft zich vermaakt. Geen vuiltje aan de lucht, hier kunnen we nog jaren mee vooruit, zou je denken. Toch zal het mensen die mij een beetje kennen niet verbazen dat ik ook nu weer wat kritische noten wil kraken. En dat doe ik niet zonder reden.
Omdat ik me realiseer dat alleen maar gezeik niet echt motiveert, begin ik met iets positiefs. Na het ontvangen van mijn lintje heb ik ontelbaar veel reacties gekregen. Ze hadden mij best over mogen slaan, maar blijkbaar wordt het werk dat het Oranje Comité doet gewaardeerd vanuit de gemeenschap. Ik zie het dan ook als een onderscheiding voor onze hele groep. Ik krijg ’m, omdat ik voorzitter ben.
Regeltjes
En als voorzitter ben je vaak ook de boeman. Dat krijg je er gratis bij. “Jij bent altijd wel ergens tegen,” hoor ik regelmatig op het gemeentehuis. Dat is niet helemaal waar. Ik ben wél tegen nieuwe regeltjes die nergens op slaan. Regeltjes die zijn bedacht door iemand achter een bureau, zonder enig idee van wat een dorpsevenement daadwerkelijk inhoudt. En daar krijgen we er steeds meer van.
Zo kregen we dit jaar in eerste instantie geen vergunning voor de bevrijdingslunch voor senioren op 5 mei. De evenementennota van de gemeente schrijft voor dat er rondom Koningsdag maximaal drie feesten in de tent mogen plaatsvinden. Een lunch voor 200 senioren op dinsdagmiddag werd gezien als het vierde evenement.
Inlevingsvermogen
Als je zo’n aanvraag afwijst, heb je weinig begrepen van wat saamhorigheid in een dorp betekent. De tijd en energie die het kost om dit soort discussies tóch tot een goed einde te brengen, is niet te filmen. Maar tegengas geven móét, want als je dat niet doet, wordt een dorp langzaam beroofd van zijn tradities.
“Daar heeft werkelijk niemand last van. “
Natuurlijk snap ik dat de gemeente richtlijnen opstelt. Als we zes avonden achter elkaar takkenherrie draaien, levert dat overlast op. Maar je hoeft geen groot inlevingsvermogen te hebben om te begrijpen dat 200 senioren van De Zonnebloem en De Triangel geen overlast veroorzaken. Daar heeft werkelijk niemand last van. Sterker nog, het feit dat zo’n grote groep uitkijkt naar zo’n middag, zegt juist iets over de saamhorigheid in De Lier.
Inlevingsvermogen
Tijdens die lunch heb ik een speech gehouden over vrijheid. Dat begrip krijgt op Bevrijdingsdag misschien een bijzondere lading, maar je kunt het ook prima vertalen naar ons dorp. Het gaat tenslotte niet alleen om hoe vrij je bent, maar ook om wat je met die vrijheid doet. Vrijheid betekent dat je ruimte hebt voor iets groters dan jezelf. Dat je tijd en energie overhoudt om die met anderen te delen. Vrijwilligerswerk is daar hét voorbeeld van. Zonder vrijwilligers wordt een dorp al snel een plek waar je woont, maar niet echt leeft.
“ Dat zie ik als mijn plicht als voorzitter.”
Over een jaar of vijftien zit ik misschien zelf wel in De Triangel. Dan is het makkelijk om te zeggen: “Had ik het maar gezegd.” Juist daarom geef ik nu tegengas. Dat zie ik als mijn plicht als voorzitter. Om de vrijheid te behouden om saamhorigheid te organiseren. Om het voor toekomstige organisatoren behapbaar te houden. Want juist nu De Lier groeit, is het belangrijk een gemeenschap te blijven waar mensen elkaar blijven ontmoeten.




