2025 staat voor De Timmerwerf in het teken van haar 25-jarig bestaan als museum. Waar diverse musea en andere monumenten worstelen met het aantrekken van bezoekers en vrijwilligers loopt het in De Lier gesmeerd. Tijdens de jubileumviering op het aangrenzende terras van De Bongaard gingen wij op zoek naar de oorzaak.
90.000
“Ik heb het twee keer nageteld of het echt klopt,” benadrukt museumvoorzitter Henk van Lenteren, “maar er zijn de afgelopen 25 jaar echt meer dan negentigduizend bezoekers in ons museum geweest.” Onder de aanwezigen wordt er wat geroezemoesd: “Dat is twee keer een vol Feyenoord-stadion,” fluistert iemand. Het duizelingwekkende aantal onderstreept dat de initiatiefnemers het destijds goed gezien hebben: in De Lier is er een voedingsbodem om de lokale historie te blijven vertellen vanuit een schitterend pand midden in de dorpskern.
“Als je ziet wat er allemaal boven water komt, dat is echt indrukwekkend.”
In zijn speech bedankt Henk het complete netwerk van De Timmerwerf, waarvan circa tachtig man is afgekomen op de borrel waar een nieuw kunstwerk onthuld is. De creatie is te bekijken in de entree van het museum en is gemaakt van diverse scherven die tijdens de restauratie gevonden zijn. Het bedrijfsleven, fondsen en media maar bovenal vrijwilligers krijgen een pluim van Henk. “Onze groep van ruim vijftig vrijwilligers is heel divers, maar heeft iets gemeen: liefde voor het museum. We zijn geen professionals, maar als je ziet wat er allemaal boven water komt, dat is echt indrukwekkend.”
Slimme koppeling
Eén van de aanwezigen is de laatste burgemeester van gemeente De Lier, Huub van der Meer. Hij wordt begroet met een knipoog. “Jij hebt dit pand nog weggegeven voor een gulden hè?” Eerder schreven wij een artikel hoe dit pand ooit in handen is gekomen van Stichting De Timmerwerf en hoe de combinatie met De Bongaard ervoor zorgt dat het museum kan draaien zonder subsidie. Een collega-bestuurder van een ander regionaal museum kijkt met bewondering naar die constructie. “Die koppeling met een horecagelegenheid is natuurlijk geweldig, daardoor houdt het museum er slim de loop in.”
Een andere blik van ‘buitenaf’ wordt bezorgd door Marielle Hendriks, directeur-bestuurder van Erfgoedhuis Zuid-Holland. Woonachtig en werkend in Delft, maar geworteld in De Lier. “Ik ben ook een beetje van het gebied 2678,” opent ze haar speech. “Geboren in het buitengebied en ik kwam hier in de Hoofdstraat ook in winkels van Van Loenen en de Profimarkt. Hooi voor de paarden haalden we, volgens mij, naast de groentewinkel van Vos. Zou dat kunnen?” Een overtuigend ‘Ja!’ vanuit verschillende kanten bevestigt dat de historische kennis hier ongeëvenaard is.

Schoolvoorbeeld
Uit het regionale plaatje dat Marielle schetst, blijkt dat De Timmerwerf een hotspot is waar veel bestuurders van andere monumenten met respect naar kijken. “Wisselende tentoonstellingen, een grote groep vrijwilligers, een samenwerking met horeca en een gezonde ondernemersgeest die steun heeft vanuit het bedrijfsleven. Dat maakt deze historische plek tot een schoolvoorbeeld van hoe er omgegaan zou moeten worden met erfgoed.”
“Dit is echt een huiskamer voor De Lier geworden, dat moet gekoesterd worden.”
Als afsluiter kijkt Marielle vooruit. “Er zijn alleen in Zuid-Holland als negentienduizend monumenten. Die moeten ook allemaal onderhouden worden. Daarom moet de jeugd betrokken worden bij erfgoed. Faciliteer dat door een leerwerkplek te creëren of denk aan een ‘repair-café’ waar vraag en aanbod op gebied van ambacht elkaar ontmoeten.” Het zijn suggesties waar het bestuur zich over mag buigen de komende jaren. “Alle voorwaarden zijn hier aanwezig,” is Marielle complimenteus. “Dit is echt een huiskamer voor De Lier geworden, dat moet gekoesterd worden.”






